De historie

De Koninklijke Harmonie van Maastricht 1825, kortweg en in de volksmond “de Keuninklijke” of “de Aw”, is de oudste Koninklijke harmonie van Nederland en tevens de oudste harmonie van Maastricht. Het is een echte stadsharmonie, die niet gebonden is aan een bepaalde wijk of groep.

De Koninklijke Harmonie heeft een zeer bewogen geschiedenis achter de rug.

In de 19e eeuw kende de harmonie zoveel afsplitsingen, fusies en naamsveranderingen dat de kennis en de documentatie van de eigen geschiedenis deels verloren is gegaan. Er zijn echter door de eeuwen heen altijd twee consta nten: een grote liefde voor vorst en vaderland en dienstbaarheid aan de stad Maastricht.

Een kort inzicht in de geschiedenis van de Koninklijke Harmonie van Maastricht 1825, met dank aan de Stichting Historische Reeks Maastricht.

1825 - 1898
In 1825 richtten enkele Maastrichtse notabelen de Société d'Harmonie op, omdat zij hun muzikale hobby wat meer structuur wilden geven en graag samen muziek wilden maken.

De Belgische Opstand in 1830 betekende een tijdelijk einde van de harmonie. De vereniging ging buitenshuis ter ziele, omdat in tijden van oorlog een verbod voor verenigingen gold. Rond 1839 werden de repetities en lessen ter gelegenheid van de komst van Koning Willem II weer hervat en de door de harmonie opgerichte muziekschool werd heropend. Deze school was de eerste muziekschool in Maastricht en de voorloper van de huidige muziekschool Kumulus.

Koning Willem II verleende aan de harmonie in 1846 het predicaat Koninklijk vanwege "verdiensten voor vorst en vaderland". Dit gebeurde tijdens een bezoek van de koning aan Maastricht. De voormalige Société d'Harmonie ging vanaf dat moment verder als de Koninklijke Harmonie van Maastricht.

Op 6 februari 1853 opende de harmonie de eerste concertzaal van Maastricht aan de Kleine Gracht waarin later de Mabi Bioscoop werd gevestigd. Hier kwamen de eigen repetitielokalen en de muziekschool. Iedere veertien dagen werd daar een concert gegeven.

In de volgende jaren kreeg de Koninklijke te maken met een reeks van politieke en organisatorische onenigheden, afsplitsingen, verzoeningen en een faillissement en werd de vereniging zowel in 1862 als in 1872 opgeheven. Hiermee verloor de Koninklijke Harmonie niet alleen het predicaat ‘Koninklijk’ ofschoon daarover geen geschiedkundige zekerheid kan worden gegeven maar ook de muziekschool en de concertzaal aan de Kleine Gracht.

De harmonie maakte opnieuw een doorstart onder de naam Fanfare Orphée. In in 1896 veranderde de naam van de vereniging in Harmonie Orphée.

1898 - 1940
Op 23 januari 1898 volgde de laatste naamsverandering van de vereniging. De naam werd de Harmonie van Maastricht, ook wel “De Aw Herremenie” genoemd, verwijzend naar de oorspronkelijke harmonie uit 1825.

Een belangrijke gebeurtenis in het bestaan van de Aw Herremenie was de afvaardiging naar de Nationale Huldebetoging in Den Haag ter gelegenheid van het huwelijk van koningin Wilhelmina in 1901. Dit was ook het moment waarop voor de laatste keer een afsplitsing plaatsvond. Negen leden, die niet door het lot waren aangewezen om mee naar den Haag te mogen gaan, traden uit en richtten de Harmonie Kunst Door Oefening op.

Op 26 mei 1906 werd door Koningin Wilhelmina voor de zekerheid het predicaat Koninklijk opnieuw verleend en zo veranderde de naam weer  in “De Koninklijke Harmonie van Maastricht”.

Van oorsprong was de Koninklijke Harmonie een neutrale vereniging zowel in politiek als religieus opzicht. In 1932, op het hoogtepunt van het rijke roomse leven, had de Koninklijke Harmonie een gat in de kas en de ledenwerving stokte. De kapelaan van Wijck probeerde de harmonie in rooms vaarwater te krijgen. Het plan was om de Koninklijke Harmonie te laten fuseren met de oerkatholieke Fanfare Sint Joezep (tegen de grote socialistische harmonie Ster der Toekomst en opgericht in 1924) en uit te laten groeien tot het grootste muziekkorps van Maastricht. Als de verroomsing van de Koninklijke zou zijn doorgegaan, kon met St. Joezep gefuseerd worden. Uiteindelijk is deze fusie er vanwege praktische en ethische bezwaren niet gekomen.

De geestelijkheid zorgde vervolgens voor repetitieruimte in het patronaatsgebouw van de Sint Martinus parochie aan de Rechtstraat in Wijck. Ook maakten zij de financiën op orde waardoor alle schulden afgelost konden worden. Op 1 september 1933 vestigde de Koninklijke Harmonie zich met een schone lei in Wijck. Van verroomsing kwam niet veel terecht aangezien de geestelijken hun afspraken niet nakwamen. De Koninklijke kwam in 1937 op straat te staan omdat het repetitielokaal aan de Rechtstraat afgebroken moest worden, voor de uitbreiding van de meisjesschool. Een betaalbaar nieuw lokaal bleek in Wijck niet te vinden. Na een tijdelijk verblijf in de Victoria Taverne aan de Wijcker Brugstraat verhuisde de vereniging naar de gratis zaal bij het café Knols aan de Markt 30. Hier vond op 29 december 1937 de eerste repetitie plaats.

1940 – 1948
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren alle Nederlandse scheppende en uitvoerende kunstenaars verplicht zich aan te sluiten bij de Kulturkammer, een overkoepelende Duitse organisatie voor kunst en cultuur. Culturele verenigingen die geen lid werden vóór 1 april 1942 werden geliquideerd. De Koninklijke weigerde lid te worden van zoiets on-Nederlands als de Kulturkammer. Om ervoor te zorgen dat bij de liquidatie niets in handen zou vallen, werd besloten de vereniging op te heffen. De instrumenten werden aan de leden geschonken met de opdracht ze direct na de oorlog weer in te leveren.

Dit was helaas te doorzichtig voor de Kulturkammer. Zij gaf opdracht alle eigendommen van de harmonie in beslag te nemen. Toen de bestuursleden tegenstribbelden, werd gedreigd met de politie en het concentratiekamp. Voorzitter Evers zat al vanaf 1940 gevangen en de leden wilden niet nog meer bestuursleden in gevaar brengen en leverden daarom alles bezittingen in. Op maandag 2 november 1942 viel het doek voor de Koninklijke Harmonie: alle eigendommen werden opgeëist: zeventig instrumenten, muziekpartituren, vaandel, medailles, petten, muziekstandaarden, alles. Alleen het archief was bij de secretaris-penningmeester achtergebleven.

Het vaandel werd teruggevonden in het hoofdkwartier van de NSB in de Groote Sociëteit aan het Vrijthof, echter zonder medailles en lauwerkrans. Ook werd één muziekstuk terug gevonden. Van alle andere spullen is nooit meer iets teruggevonden.

Door subsidies van de gemeente, collectes, giften van Maastrichtse bedrijven en burgers kon de Koninklijke langzaam herstellen van de oorlog. Eind november 1944 was al meer dan tienduizend gulden bijeen gebracht en kon het bestuur langzaam gaan nadenken over het aanschaffen van nieuwe instrumenten. Pas in 1948 waren de nodige instrumenten gekocht en was de Koninklijke Harmonie van Maastricht weer herrezen.

1949 – 1996 
Op 24 maart 1949 richtte het bestuur een kledingfonds op omdat de harmonie nog nooit uniformen had gedragen. Er werden allerlei activiteiten ondernomen om geld in te zamelen. Uiteindelijk werden tachtig uniformen gemaakt voor 194,40 gulden per stuk. In het eerste weekend van mei 1951 kon de Koninklijke Harmonie haar nieuwe uniformen feestelijk tonen tijdens een galaconcert onder leiding van de nieuwe dirigent Martin Koekelkoren die later ook dirigent van de Staar was.

Eind jaren '50 bereikte de vereniging haar muzikale hoogtepunt. In 1958 werd de vereniging wereldkampioen tijdens het Wereld Muziek Concours in Kerkrade.

Het jaar 1967 was een rampjaar. In januari ging het grootste deel van de na de oorlog gekochte inventaris in rook op toen het repetitielokaal aan de Lenculenstraat afbrandde. De zusters van de Capucijnengang boden na deze ramp aan om een nieuw vaandel te maken voor zeshonderdvijftig gulden.

In 1969 kon het parochiehuis van de Sint Servaas voor een redelijke prijs worden gekocht. De nieuwe vaste locatie van de Koninklijke Harmonie werd gevestigd aan de Kruisherengang 4.

In 1978 mocht de eerste vrouw lid worden van de Koninklijke Harmonie. Het eerste vrouwelijke bestuurslid volgde pas in 2010… 185 jaar na de eerste oprichting.

1996 -2000 
Tijdens de voorbereidingen op weg naar het 150-jarig koninklijk bestaan in 1996 heeft Wim Laseroms op verzoek en kosten van de Limburgse Werkgevers Organisatie de mars Jubilé Royal speciaal voor de Keuninklijke gecomponeerd. In dat jaar bracht een comité van aanbeveling maar liefst 50.000 gulden bijeen om nieuwe uniformen aan te schaffen voor de gehele harmonie.

Het 175-jarig bestaan van de harmonie werd in 2000 gevierd door onder andere een jubileumconcert in het Theater aan het Vrijthof met medewerking van Benny Neyman en in aanwezigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid kroonprins Willem Alexander, toen nog zonder prinses Maxima.